IJzerindustrie

Het Oude IJsselgebied, de bakermat van de Nederlandse gietijzerindustrie. Voor het vervaardigen kwalitatief hoogwaardig ijzer is ijzeroer, kalksteen, een hoogoven/ijzerhut én waterkracht nodig. Al deze ingrediënten waren aanwezig, waardoor er aan de Oude IJssel een bloeiende ijzerindustrie is ontstaan.

In de 17e eeuw begon men plaatselijk gewonnen ijzererts (oer) te smelten in kleine hoogovens bij de DRU, Diepenbrock Reigers Ulft. In de 18e eeuw werden vooral haardplaten, kanonskogels, potten en kachels gemaakt. Later werd dit uitgebreid met badkuipen, emailleer- en plaatwerk, machine- en auto-onderdelen en gashaarden. 

Rond 1965 werkten er zo’n 1.500 mensen en werd er naar 23 landen uitgevoerd. Vanaf de jaren ‘70 begon het verval, door uitputting van de regionale oerbanken en concurrentie vanuit het buitenland. In 2003 vertrok het laatste bedrijf. Het industrieel erfgoed DRU werd rijksmonument: een geslaagd voorbeeld van hergebruik van industrieel erfgoed, waar naast ijzer nu muziek, theater en lekker eten centraal staan. 

Van de zeven vroegere grote ijzergieterijen in de Oude IJsselstreek nog maar drie in werking. Het belang van de ijzergieterijen kan echter niet onderschat worden: ze hebben een groot aantal aanverwante bedrijven achtergelaten die het wel overleefd hebben. 

Bij het DRU Inspiratiepunt/VVV en op het DRU Industriepark is van alles te zien rondom dit ijzerthema. Daarnaast wordt de oude Oude IJssel - IJzerroute nieuw leven in geblazen. In het najaar 2021 wordt deze autoroute, die ook op te delen is in twee fietsroutes, gelanceerd onder de naam IJzerwerk, Ontdekkingsreis langs de IJzerhistorie.